Het Koor

 

Het herenkoor houdt ieder jaar in november de jaarvergadering, het liefst op de feestdag van Caecilia, patrones van de muziek, speciaal van de kerkmuziek: 22 november, of daar zo dicht mogelijk bij. Op deze dag werden - vooral in de late middeleeuwen, maar ook nu nog - muziekfeesten georganiseerd. Zij wordt gewoonlijk afgebeeld met een orgeltje, op grond van de tekst “cantantibus organis” uit haar martelarenakte. Het merkwaardige is dat hier van een duidelijk misverstand sprake is: de desbetreffende tekst heeft geen betrekking op het musiceren van Caecilia zelf; integendeel: vertaald luidt de passage: “terwijl anderen...muziek maken heeft zij enkel oor voor God...” en het is dus mogelijk dat Caecilia bepaald onmuzikaal is geweest.

Maar wie was deze Caecilia nu eigenlijk?

Al heel lang speelt zij, een vrouw uit de vroegchristelijke tijd, een rol in afbeeldingen over muziek. Meestal speelt zij op een orgel, soms ook wel op een harp- of vioolachtig instrument.

Vrijwel altijd is het de bedoeling dat wij ons voorstellen hoe zij, thans in de hemelse gewesten vertoevend, de heilige beschermster van de muziek mag zijn. Hoe is zij daar, op zo'n prominente plaats, bijna als een concurrente van de engelen, terechtgekomen?

Haar levensgeschiedenis - legendarisch, dat wel, maar wellicht daarom des te ontroerender - is in korte trekken als volgt.

Direct na haar huwelijk, nog in de bruidsnacht, wist Caecilia, een jonge vrouw uit een Romeins patriciërsgeslacht, haar echtgenoot Valerianus tot het Christendom te bekeren. Toen vervolgens Tiburtius, de broer van Valerianus, ook de Romeinse goden had afgezworen, konden de drie neofieten hun martelaarslot niet lang ontlopen. Valerianus en Tiburtius werden allereerst omgebracht, Caecilia gaf pas na drie dagen de geest. Zij overleed - naar men zegt in aanwezigheid van paus Urbanus I, die van 222 tot 230 regeerde - aan verwondingen, haar toegebracht door de beul die haar had moeten onthoofden. Diens tot driemaal toe mislukte poging was al de tweede fase van Caecilia's martelgang, want in eerste instantie had men haar in een gloeiend gestookt stoombad willen laten stikken, maar dat was niet gelukt doordat een uit de hemel neerdalende regenbui haar kwam verfrissen.

Niets wijst in deze geschiedenis op een relatie met muziek. Die ligt ingewikkelder. Van vrijwel iedere heilige is er een al dan niet legendarisch levensverhaal: niet voor niets spreekt men van heiligenlegenden. Wat Caecilia en haar twee medemartelaars overkwam, werd pas in de vijfde eeuw opgetekend, in een kleurrijke tekst, waarin verteld wordt hoe Caecilia tegen het einde van de huwelijksplechtigheden geen oor had voor de muzikanten, die haar en Valerius begeleidden naar het huis waar ze de bruidsnacht zouden gaan doorbrengen: “in haar hart zong ze alleen voor God, hem vragend of hij de zuiverheid van haar hart en lichaam wilde beschermen.”

Uit deze mooie passage zijn - zo veronderstelt men - drie woorden (“in corde suo” - “in haar hart”) in de loop der eeuwen als het ware zoekgeraakt, met als gevolg dat een ander gedeelte van de tekst (“cantantibus organis” - “terwijl er op muziekinstrumenten werd gespeeld”) betrekking kreeg op Caecilia zèlf: “terwijl zij een muziekinstrument bespeelde.” Het heeft tot in de vijftiende en begin zestiende eeuw geduurd - niet toevallig in de tijd waarin voor kerkmuziek (en orgels) langzaamaan de bloeiperiode aanbrak - totdat men voor de muziek een beschermheilige nodig had. Caecilia werd daartoe uitverkoren. En dan nog niet eens in Rome waar zij begraven lag, maar in Metz, waar in de zestiende eeuw een van de bisschoppen, Karel van Lotharingen, zich veel moeite heeft gegeven voor de verspreiding van haar cultus.

Zo is Caecilia dus de “hemelse muziek” gaan symboliseren, die naar Gods troon wordt opgezonden. Het lijkt er haast op dat zij daartoe werd uitverkoren vanwege het feit dat er in al die legioenen van engelen geen te vinden was die kon optreden als de “oer-musicus”, terwijl uit hun midden wel de “oer-boodschapper” (de aartsengel Gabriël) en de “oer-bestrijder-van-het-kwaad” (de aartsengel Michaël) waren voortgekomen. Caecilia's martelaarschap is op de achtergrond geraakt. Wat overbleef is de vrouw, die met haar (orgel)muziek God verheerlijkt. En men heeft doorgefantaseerd: soms liggen er fluiten en tamboerijnen aan haar voeten, muziekinstrumenten die als “werelds” of “heidens”, zelfs als “onzedelijk” en “verdorven” mogen worden omschreven.

Jan van der Leek

 


Powered © webcentre | Webmaster: Ton de Hoogt