|
Onnozele Kinderen

De liturgische kalender heeft op 28 december het feest van Onnozele Kinderen. Dit is een nog bestaande Middel-nederlandse benaming, waarin onnozel onschuldig betekent.
De wijzen uit het oosten hadden aan Herodes verteld dat ze op zoek waren naar een pasgeboren koning, maar ze keerden huiswaarts zonder hem in te lichten.
Bevreesd voor zijn koningschap liet Herodes alle Joodse jongetjes in Bethlehem en omgeving onder de twee jaar vermoorden.
Sommige Bijbelgeleerden twijfelen tegenwoordig aan de historiciteit van dit verhaal, omdat het alleen bij de evangelist Matteüs voorkomt. Niettemin speelde het vooral vroeger een belangrijke rol in het christelijk bewustzijn van de gelovigen. De Kerkvaders hebben over hun aantal gespeculeerd. Sommigen van hen menen, ook al is dit nu ongeloofwaardig, dat het er 14.000 of zelfs 144.000 waren, over wie de Openbaring van Johannes (14,2) spreekt als martelaars en volgelingen van het Lam in het hemelse Jeruzalem. Ze worden in de oude kerk als de eerste martelaars vereerd. Augustinus (354-430) zegt dat ze niet alleen heilig zijn omdat ze omwille van Christus zijn gestorven, maar ook omdat ze in zijn plaats zijn vermoord. Kerkvader en dichter Prudentius (rond 400) zegt heel mooi in een hymne:‘Gegroet, gij bloempjes, martelaren, reeds op de drempel van uw leven door de vervolger van Christus weggerukt zoals een windvlaag doet met pas ontloken rozen.’ In sommige middeleeuwse bisdommen en ook volgens paus Innocentius I gold bij de Eucharistieviering van dit feest het voorschrift dat het Alleluia en het Gloria moesten worden weggelaten, want deze dag betekende ook droefheid. Zo werden kerkgangers uitgenodigd om deel te nemen aan de gevoelens van de Joodse vrouwen die weenden en rouwden om de dood van hun onschuldige kinderen.
Sinds de elfde eeuw was Onnozele Kinderen een belangrijk kinderfeest. Het had een kerkelijk karakter en betekende even een omkering en bespotting van de gevestigde orde. Er werd in kapittels en abdijen een kinderbisschop of kinderabt gekozen. Soms gebeurde dit al begin december en zijn bewind duurde de hele maand. Hij werd bekleed met staf en mijter en werd door de geestelijkheid in processie naar het altaar geleid. Daar werd het Magnificat gezongen vanwege de woorden: ‘Heersers stoot hij (God) van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.’ Koorknapen en scholieren vormen zijn gevolg en hofhouding. Ze trokken rond op straat en bezochten kerkelijke en burgerlijke instanties, van wie ze geld en geschenken ontvingen. Vanwege de bespotting van kerkelijke autoriteiten werd dit feest op het concilie van Bazel in 1435 verboden, waarop andere bisdommen volgden. Maar het bleek onuitroeibaar te zijn, totdat het in de volgende eeuw verdrongen werd door het Sinterklaasfeest. Dit werd het kinderfeest bij uitstek, maar beperkt zich allang niet meer tot kinderen, want ook volwassenen geven elkaar verrassende cadeautjes. Daarom gaan er enkele stemmen op om Onnozele Kinderen naast moeder- en vaderdag tot westerse kinderdag te maken.
Toon Brekelmans
Kerkhistoricus |